|
|
Kenmerken van een goed schoorsteenkanaal Materialen, rookgassen en rookkanalen... Verschillende haarden en verschillende kachels hebben een verschillende diameter nodig voor het rookkanaal. Naast het materiaal, waaruit zo'n rookkanaal is gemaakt, luistert de diameter nogal nauw. Is die te groot dan stijgen de rookgassen te langzaam en komt er teveel aanslag in de schoorsteen. Is de diameter te klein dan stijgen de rookgassen te snel, maar dat geeft onmiddellijk boven het rookkanaal teveel weerstand. De gassen hopen zich op en de trek vermindert, of komt niet op gang. Een rookkanaal moet van vuurvast materiaal zijn. Vaak wordt er geadviseerd elementen van keramiek of dubbelwandig roestvrij staal. Zeker geen aluminium, want het gaat om temperaturen van 400 tot 500 graden Celsius. Een goed rookkanaal heeft liefst geen bochten. Als ze er zijn, dan zo flauw mogelijk en zeker niet meer dan dertig graden. De uitmonding moet het liefst zo dicht mogelijk op de hoogte van de nok van het huis, dan heeft de wind het minste vat op de trek. De wand van de rookkanaal moet zo glad mogelijk zijn. Een ruwe wand heeft een veel groter oppervlak en vergroot de kans op neerslaan van de gassen. Een rookkanaal moet goed geïsoleerd zijn. Hoe warmer het in de schoorsteen is, hoe sneller de gassen stijgen en worden afgevoerd. Via een regelklep in haard of kachel kunt u dan de juiste trek instellen. ![]() Een rookkanaal moet minstens vier meter lang zijn. Maar ook weer niet te lang, want dan slaan de rookgassen te snel neer. Een rookkanaal moet uiteraad volkomen gasdicht zijn. Raakt een bestaand schoorsteen kanaal lek dan kan een flexibel kanaal uitkomst bieden. Het is een roestvrijstalen pijp die aan de binnenkant word aangebracht en vervolgens vastgezet. Bij trekproblemen in het rookkanaal kan een schoorsteen ventilator uitkomst bieden. Wij adviseren TNO-gekeurde systemen om verzekerd te zijn van de kwaliteit. |
![]() |